Montfort/Posterholt – Oud-Posterholtenaar Huub Schmitz – thans woonachtig in Montfort en oudste zoon van Tant Kiem – is apentrots op zijn toevallige vondst van oude munten.
Hij zegt in een interview in de krant dat hij geheel toevalig op de vondst-van-zijn-leven is gestoten.
Huub (65), een fanatiek amateurarcheoloog in zijn vrije tijd, was bezig met het fotograferen van libellen. Hij had zijn detector bij zich toen hij in het vind-gebied plotseling ook een eerste munt vond. Vanaf dat moment gingen de zaken snel….
Het resultaat: een muntschat met maar liefst 67 zilveren en 4 gouden Romeinse munten zijn toen in Montfort, bij herinrichtingswerkzaamheden door Waterschap Roer en Overmaas aan de Vlootbeek, boven water gekomen. Aldus heeft het waterschap nu – donderdag 17 dec 09 – officieel bekend gemaakt.
Hier het hele verhaal over de munten: een jaarsalaris in dei tijd…
Op de foto: de gevonden muntenschat: ( Foto: Waterschap Roer en Overmaas
Zo’n vondst uit de tijd van keizer Nero (37-68 na Chr.) is geen dagelijkse kost en ook voor het waterschap heel bijzonder’, aldus Mireille Arntz projectleider bij Waterschap Roer en Overmaas. Het waterschap laat alle gevonden munten conserveren door professionals.
De muntenvondst bestaat uit munten uit de Vroeg Romeinse tijd en zijn in november gevonden. Zowel ‘muntkoppen’ van Caesar, Brutus en de keizers Augustus, Claudius en Nero zijn rijkelijk vertegenwoordigd in de muntschat. De munten vertegenwoordigden in die tijd een jaarsalaris van een legionair vertelt Jan Roymans, archeoloog bij archeologisch adviesbureau Raap.
De muntschat moet met opzet zijn verborgen om het te beveiligen tegen diefstal of brand. Het is een aan de bodem toevertrouwde spaarpot. Het ging om geld dat niet nodig was voor dagelijks gebruik. Het klein geld bleef in de beurs en daardoor direct beschikbaar voor uitgave. Het is dan ook logisch dat klein geld zoals koperstukken ontbreken in de muntschat.
‘De munten zijn waarschijnlijk begraven in een buidel, kistje of ander omhulsel. Hiervan is niets terug gevonden. De exacte datum van verbergen kan worden vastgesteld na reiniging van de munten en dan vooral de jongste munt. De Romeinse muntschat mag beschouwd worden als een ‘venster’ van de geldcirculatie op de plaats en in de tijd van verberging. Uit de schat blijkt dat muntstukken uit de tweede eeuw voor Chr. nog functioneerde als wettig betaalmiddel tot zeker in de eerste eeuw na Chr. Een verspreidingskaart van gevonden muntschatten geeft inzicht in patronen. Perioden met oorlog of plundertochten, historische gebeurtenissen van politiek-militaire aard leverden meer schatvondsten op waarbij concentratie van muntschatten het strijdtoneel volgt. Mogelijk is de muntschat een aanwijzing voor de Bataafse Opstand onder leiding van Julius Civilis’, vertelt een enthousiaste Roymans.




