Roerdalen – Gemeenteraadsleden van kleine gemeenten krijgen net meer dan de helft van het minimumloon. Ze krijgen gemiddeld 4,40 euro per uur. Hun collega’s in grotere gemeenten krijgen 27,31 euro per uur.

Dat meldt onderzoeksbureau Daadkracht na een peiling onder 2200 raadsleden.

In theorie moeten raadsleden in alle gemeenten dezelfde vergoeding krijgen. Vorig jaar werd ruim 91 miljoen euro besteed aan de vergoedingen van raadsleden, dat is bijna tien procent meer dan in 2007.

Werktijden

In kleinere gemeenten besteden de raadsleden gemiddeld 11 uur per week aan hun raadswerk. In gemeenten met 100 duizend tot 150 duizend inwoners is dat twee keer zo veel. Het landelijke gemiddelde is veertien uur per week. Vrouwelijke raadsleden besteden gemiddeld achttien procent meer tijd aan het werk dan hun mannelijke collega’s.

Gemeenteraadsleden uit kleine gemeenten ontvangen een vergoeding die bijna de helft onder het wettelijk minimumloon ligt. Raadsleden van middelgrote en grote gemeenten ontvangen juist tot zes keer méér dan hun collega’s. In theorie zou er geen verschil in vergoedingen mogen zijn. Dat blijkt uit het Nationaal Raadsledenonderzoek 2009 uitgevoerd door bestuurskundig onderzoeksbureau Daadkracht in Nijmegen. Het onderzoek richtte zich op de tijdsbesteding, werkzaamheden en vergoedingen van Nederlandse gemeenteraadsleden in het jaar 2009. Zo’n 2200 raadsleden (van de ca. 9425) vulden hiervoor een uitgebreide webenquête in.
In 2009 ontvingen de raadsleden in totaal € 91.243.738,08 aan vergoedingen. Dat is een stijging met 9,6% ten opzichte van 2007. Het uurtarief dat raadsleden zelf aan vergoeding ontvangen is onevenredig verdeeld. Waar er theoretisch geen verschil zou zijn in de vergoeding per uur, moeten raadsleden in de kleinste gemeenten genoegen nemen met een vergoeding van € 4,40 per uur, terwijl raadsleden uit gemeenten met 250.000 tot 375.000 inwoners omgerekend € 27,31 per uur ontvangen. De vergoeding bij kleine gemeenten bedraagt slechts 57% van het minimum loon.

Met ruim 11 uur per week besteden raadsleden van de kleinste gemeenten de minste tijd aan hun raadswerk. Raden van gemeenten tussen de honderdduizend en honderdvijftigduizend inwoners besteden met 22 uur per week de meeste tijd aan hun raadswerk. Gemiddeld besteedden raadsleden in 2009 14 uur per week aan hun raadswerk. Ruim een kwart (27,5%) van de raadsleden zou minder tijd willen besteden aan hun raadswerk. Vrouwelijke raadsleden besteden in 2009 gemiddeld 18% meer tijd aan het raadswerk dan mannelijke raadsleden.

Een meerderheid van de raadsleden zegt ontevreden te zijn met de huidige tijdsbesteding. De meeste tijd besteden raadsleden aan het lezen van stukken (19,3%) en vergaderen (32%). De stuurgroep evaluatie dualisering stelde in 2004 de norm dat raadsleden minimaal de helft van hun tijd moeten besteden aan volksvertegenwoordigende taken. Uit het Nationaal Raadsledenonderzoek 2009 van Daadkracht blijkt dat raadsleden 64,5% van hun raadstijd aan bestuurlijke activiteiten besteden. In 2007 was dit nog 66,7%. Opvallend is dat er nauwelijks verschil is tussen raadsleden van coalitiepartijen en raadsleden van partijen die oppositie voeren.

Over het onderzoek:
Het Nationaal Raadsledenonderzoek 2009 volgt op het in 2007 uitgevoerde onderzoek naar de tijdsbesteding en werkzaamheden van gemeenteraadsleden. Het bestaat, naast een literatuur- en oriënterend onderzoek, uit een webenquête die 2201 gemeenteraadsleden invulden.